Historie

De Sint Nicolaas of Nederlands Hervormde kerk staat op de zuidoosthoek van de Brug-es. Deze bakstenen, gotische, zaalkerk is gebouwd omstreeks 1410 op de plaats van een ouder kerkje uit de 12e eeuw. Het schip is éénbeukig en geeft aan de noordzijde toegang tot een aanbouw, de zogenaamde Sint Maartenskapel. Vanaf 1410 tot de reformatie (1598) stond hier het altaar van het Sint Maartenvicarie. De collator was de bezitter van het huis Entinge. Tussen 1640 en 1669 en van 1725 tot ca. 1777 was de kapel in eigendom van de heren van Batinge. Sindsdien behoort het toe aan de erfgenamen van de havezate Oldengaerde. Zij hebben er tevens een eigen herengestoelte, de z.g. “van Oldengaord’ns baank”. Omdat de kapel enige malen behoorde aan de heren van Batinge wordt hij in de volksmond ook wel genoemd naar deze havezate. Drie andere vicariealtaren in de kerk waren gewijd aan Onze-Lieve-Vrouwe (1382), Het Heilig Kruis en Sint Catharina, waarvan de laatste verbonden was aan de kosterij. De koster van Dwingeloo was tevens schoolmeester en vanaf 1665 ook organist.
 

      1980

1923        -        1963        -         1980


Het versmalde overwelfde koor eindigt met een driezijde apsis. In het muurwerk aan de noordelijke buitenzijde bevinden zich nog restanten van een sacristie. De profiellijsten van de dichtgemetselde toegang waren nog tot 1924 nog aanwezig. Tegenwoordig verraadt alleen de kleur van de nieuwe bakstenen de plaats van de verdwenen deur. In het koor bevindt zich de grafkelder van het huis Batinge. Onder het gestoelte in de kapel ligt de begraafplaats van de familie Van Westerholt tot Entinge.

 

Dorpsbrand Dwingeloo

In 1923 trof een grote brand de kerk, alleen de muren bleven overeind. De bekende en markante ui-vormige torenspits uit 1631 ging hierbij ook verloren. Een iets minder ranke kopie kwam ervoor in de plaats en is tegenwoordig het baken van Dwingeloo. Het interieur bevat o.a. de preekstoel, vervaardigd door R. Marissen en J. Bakker, een grafzerk uit 1600 van Elisabeth van Echten, wapenstenen en portretten van het echtpaar Rutger van de Boetzelaer en Batina van Lohn. Oorspronkelijk waren de portretten gevat in de luiken van een orgel dat door dit echtpaar aan de kerk in 1665 werd geschonken. 

 

Sage van de Juffer van Batinge

Toen bijna 400 jaar geleden de Sint Nicolaaskerk werd herbouwd, reed elke dag de Juffer van Batinghe voorbij, Zij lachte de bouwheer toe, waardoor die zijn gedachten niet meer bij zijn werk kon houden. De berekeningen en de tekeningen van de nieuwe toren kwamen niet gereed. De Drost van Drenthe sprak met de heer van de havezathe Batinge en deze met zijn dochter. Zij wilde niemand anders dan de bouwmeester. Haar vader begreep dat en zond haar weg. Maar voor zij ging, trok zij nog eenmaal rond, en toen de maan tussen de bomen scheen te hangen, zag zij de nieuwe torenspits voor zich. De Juffer zag de bouwmeester aan het werk, stapte van haar paard en vertelde wat ze gezien had en hoe mooi het leek. Daarna ging zij op reis. De bouwmeester had die avond zijn ontwerp klaar. De Drost keurde alles goed, ook al leek het in het geheel niet op iets dat in Drenthe gebruikelijk was. Een jaar ging voorbij en de Sint Nicolaaskerk had zijn bekroning. Toen voor de wijding de Juffer terug kwam, zegende de Drost de beide jonge mensen, zonder wie er niet zulk een schoon bouwwerk verrezen zou zijn.

 

Meer over de geschiedenis van Dwingeloo en de Sint Nicolaaskerk leest u op www.dwingelseigen.nl